Vragen over de mogelijke strafbaarheid van drie islamitische boeken

12/04/2005

Gesteld tijdens het mondelinge vragenuur.   Mevrouw Van der Laan (D66): Mijnheer de voorzitter. Met stijgende verbazing heb ik de motivering van het OM gelezen om niet tot vervolging over te gaan in de zaak over drie islamitische boeken. In het boek De weg van de moslim staat over homo's: 'Ibn Abbes zei: men zoekt de hoogste constructie, waarvan men ze vanaf het terras met het hoofd naar beneden gooit, vervolgens doodt men ze met stenen.' Volgens het OM is dit 'beledig ...

Gesteld tijdens het mondelinge vragenuur.

 

Mevrouw Van der Laan (D66): Mijnheer de voorzitter. Met stijgende verbazing heb ik de motivering van het OM gelezen om niet tot vervolging over te gaan in de zaak over drie islamitische boeken. In het boek De weg van de moslim staat over homo's: 'Ibn Abbes zei: men zoekt de hoogste constructie, waarvan men ze vanaf het terras met het hoofd naar beneden gooit, vervolgens doodt men ze met stenen.' Volgens het OM is dit 'beledigend omdat de boodschap voor homoseksuelen is dat zij onwaardig zijn om te leven'. Maar het OM gaat niet tot vervolging over omdat deze verhandeling 'in direct verband staat met de geloofsopvatting'. Dit betekent, met andere woorden, dat beledigen mag, mits je het in een religieuze context doet. Anders gezegd: gelovigen hebben meer vrijheid van meningsuiting dan niet-gelovigen. Is de minister dit met het OM eens? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot de uitspraak van minister De Graaf in het grondrechtendebat, dat vrijheid van godsdienst geen vrijbrief mag zijn om te beledigen of te discrimineren? Als het kabinet, bij monde van oud-minister De Graaf, vindt dat godsdienstvrijheid geen vrijbrief mag zijn om te beledigen en te discrimineren, dan neem ik aan dat het kabinet ook vindt dat godsdienst geen vrijbrief mag zijn om op te roepen tot geweld. Maar ook dat ziet het OM anders, want volgens het OM betreft het hier geen strafbare oproep tot geweld, omdat in de uitlating geen oproep is te lezen die gericht is tot individuele moslims. Het boek heet evenwel 'De weg van de moslim'. Het heet niet: een historisch overzicht van islamitische wetgeving. Hoeveel concreter moet een oproep in een modern boek zijn, wil het OM eindelijk wel tot vervolging overgaan? Ik geef een tweede voorbeeld. In het boek 'Fatwahs of muslim women' staat: 'Circumcision should be observed to women'. Daarvan zegt het OM dat de paragraaf mogelijk aanzet tot gewelddadig optreden tegen vrouwen, maar dat de context waarin deze gelezen moet worden, het strafbare karakter aan de passage ontneemt. Vervolgens komt er een historische, theologische verhandeling over hoe de profeet Mohammed deze hadith nu eigenlijk bedoeld heeft. Gisteren sprak ik met een islamgeleerde en die vertelde mij dat de profeet het helemaal niet zo bedoeld heeft en dat genitale verminking van vrouwen zelfs onislamitisch is. Met andere woorden: om niet tot vervolging over te hoeven gaan, houdt het OM zich bezig met koran- en hadithinterpretatie en doet dit dan kennelijk op een onvakkundige en/of bestrijdbare manier. Ik vraag mij af of de minister vindt dat dit inderdaad de taak is van het OM. Behalve voor historicus en islamoloog speelt het OM ook voor rechter, namelijk door te beslissen dat het niet aan de rechter moet worden voorgelegd. Mijn laatste vraag is dan ook hoe dit zich verhoudt tot de positie van het kabinet ± wederom bij monde van oud-minister De Graaf ± dat het aan de rechter is om de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting te wegen. Het OM geeft de rechter die kans niet en beroept zich hierbij op de jurisprudentie. De El-Moummizaak, in 2001, ligt ondertussen alweer vier jaar achter ons en sinds die vier jaar is er jurisprudentie en is er ongelooflijk veel gebeurd in Nederland. Wat dat betreft had de fractie van D66 zich kunnen voorstellen dat een nieuwe toetsing door de rechter juist wel op zijn plaats was geweest. Ook daarop verneem ik graag de reactie van de minister.

 

 

Terug